Erwin Stoop

 

 

jan 29 Interview met Nebahat AlbayrakOp bezoek bij de staatssecretaris van Justitie

Op 29 januari had ik een afspraak voor een interview met de staatssecretaris van Justitie, Nebahat Albayrak. Keurig op tijd werd ik ontvangen door haar politiek assistent Nina Huygen. In het kader van de Rosa-leergang zou ik een interview afnemen waarin ook stil zou worden gestaan bij tips voor mensen die graag actief willen worden in de politiek. Lees hieronder het uitgewerkte interview.

 

“Je moet mensen leuk vinden”
Nebahat Albayrak doet haar werk met ‘veel overtuiging en enthousiasme’

Interview in het kader van de Rosa-leergang door Erwin Stoop.

Op 29 januari had ik een afspraak met Nebahat Albayrak. In het kader van de Rosa-leergang zou ik een interview afnemen waarin stil zou worden gestaan bij haar functie als staatssecretaris van Justitie, haar samenwerking met de minister van Justitie en de Tweede Kamer. Ook de positie van Europa als bestuurslaag kwam aan bod. Verder werd er stil gestaan bij haar publieke leven en geeft ze in het kader van de Rosa-leergang tips aan jonge mensen die actief willen worden in de politiek.

Staatssecretaris van Justitie
Wat sprak u aan in de functie van staatssecretaris van Justitie?
,,De inhoud van de portefeuilles die onder de staatssecretaris van Justitie vallen: vreemdelingenbeleid, sanctietoepassing en juridische beroepen. Als Kamerlid was ik woordvoerder asielbeleid en later woordvoerder justitie, mijn affiniteit met de onderwerpen was dus evident.  Vanuit de Tweede Kamer was ik mede verantwoordelijk voor de totstandkoming van de nieuwe Vreemdelingenwet, die Job Cohen nog heeft gemaakt. Dat is nog steeds de basis van het migratiebeleid en voornamelijk ook het asielbeleid. Een stuk recenter was ik lid van de commissie die vanuit het parlement onderzoek deed naar de TBS. Ik had hele uitgesproken ideeën had over hoe de tenuitvoerlegging van de TBS-maatregel beter kan. Dus mijn handen jeukten om op deze post aan de slag te gaan.”

Samenwerking met de minister en Tweede Kamer
Als staatssecretaris zit u in een complex politiek speelveld. Hoe is uw relatie met de minister van Justitie en de Tweede Kamer?
,,In beide gevallen heel erg goed.” Over de Tweede Kamer zegt ze: ,,Als je zelf negen jaar hebt rondgelopen in de Tweede Kamer, dan weet je hoe de Kamer functioneert, dan weet je hoe de politiek werkt. Dat is dan geen absolute voorwaarde, maar het helpt wel enorm als je later bewindspersoon bent.”

Ze legt uit dat wanneer ze naar de Kamer gaat voor een debat, het niet uitmaakt hoe lastig dat debat gaat worden: ,,Ik heb altijd het gevoel dat ik een beetje naar huis ga. Ik voel me er nog steeds erg thuis. Ik voel me er niet ongemakkelijk. Ik ken de Kamerleden redelijk goed en een deel ervan al heel erg lang. Dat maakt dat je al een heel ander type gesprek met elkaar hebt. Ik denk dat het een combinatie is van de ene kant dat ik me daar goed en op mijn gemak voel en aan de andere kant dat ik weet hoe het spel gespeeld wordt en hoe de politiek in elkaar steekt en ook dat je je kunt verplaatsen in Kamerleden. Mede daardoor ben ik redelijk inhoudelijk in de debatten. En op het moment dat ik het debat voer, zie ik het onderscheid tussen oppositie Kamerleden en regerings Kamerleden bijna niet meer.”

Albayrak stelt zichzelf vaak de vraag: ,,Als ik die vraag had gesteld, wat zou ik dan willen horen? Dus geen ‘kluitje in het riet’ antwoorden, maar een inhoudelijk antwoord. Soms zijn mijn antwoorden daardoor wel te uitgebreid. Ik probeer Kamerleden dan ook te bedienen zoals ik zelf ook bediend had willen worden als ik daar nog had gezeten.”

Over het werken met de Minister zegt ze het volgende: ,,Met de minister van Justitie is het echt heel erg goed werken. In het begin hebben we vrij snel tegen elkaar gezegd: ‘We verdelen wel de portefeuilles, maar niet het ministerie.’ Er is één ministerie van Justitie, één beleid en de ambitie om het in vier jaar een stuk verder te brengen. Op alle beleidsterreinen die onder onze verantwoordelijkheid vallen, het samen goed te doen. En dat betekent heel erg vaak samen optrekken, soms ook omdat de inhoud van onze portefeuilles dat vraagt, bijvoorbeeld als dat gaat om de nazorg. De minister gaat dan over het straffen en ik over de tenuitvoerlegging van de straffen, dus de straftoepassing. Als je daar niet heel vaak samen over praat, dan doe je het per definitie niet goed en kun je niet maximaal op elkaar afstemmen. We schrijven ook veel brieven samen naar de Kamer.”

Europese bestuurslaag
Op dit moment zijn de Europese verkiezingen hot-item. Hoe kijkt u tegen Europa als bestuurslaag aan?
,,Ontzettend belangrijk. Als je kijkt naar het onderdeel migratiebeleid van mijn portefeuille, dan weet je gewoon dat er geen nationale oplossingen meer bestaan voor een internationaal fenomeen. Wat steeds groter wordt, wat steeds ingewikkelder wordt naarmate de mobiliteit van mensen toeneemt en naar mate wij er niet in slagen om inkomensverschillen en welvaartsverschillen in de wereld kleiner te maken. Dat maakt dat de migratiedruk altijd zo hoog zal blijven op het welvarende deel van de wereld inclusief Nederland.

Dat betekent dat je in Europa een bestuurslaag hebt die veel slagvaardiger kan zijn in het adresseren van uitdagingen die met migratie te maken hebben. Ik denk dan aan bijvoorbeeld opvang en conflictbestrijding in de regio en aan ontwikkelingssamenwerking, waarmee je de oorzaken van migratie kunt aanpakken. Europa is daar ontzettend belangrijk voor. Daarnaast op het moment dat mensen moeten vluchten is de opvang in de regio erg belangrijk. Dus meer samenwerken met de UNHCR en er voor zorgen dat daar die miljoenen mensen goed opgevangen worden. Daar hebben wij ook een eigen belang bij. Vervolgens, als het gaat om de toelating tot Europa, is het belangrijk dat je de verschillen in de toelatingsregels tussen de Europese landen ook steeds kleiner maakt. Die harmonisatie is erg belangrijk. Want we zien nog dat teveel mensen naar Europa komen, omdat ze weten dat als het in het ene land niet lukt om asiel te krijgen dat je naar het andere land kunt.”

Carrièreplanning?!
Wat zijn uw aspiraties voor de toekomst?
,,Meest moeilijk te beantwoorden vraag, wat betreft carrièreplanning: ik doe niet aan carrièreplanning. De carrièreplanning plant mij! Ik plan niet voor lange termijn. Zo heb ik nooit gewerkt. Ik doe wel de dingen die ik doe met veel overtuiging en enthousiasme. En ik ben tot nu toe wel zo gelukkig dat ik de dingen mag doen die ik ook zelf erg leuk vind om te doen, zoals nu ook de functie van staatssecretaris van Justitie. Dat betekent dat ik nog twee jaar heb en die tijd vliegt echt voorbij om aan die ambities te werken die ik heb om Nederland een stukje veiliger te maken. Ik besef me gewoon dat je hier bezig bent de samenleving te vormen en te ordenen. Mijn ambitie op kort termijn is om dat allemaal waar te maken en het hier goed te doen.

Publieke leven
Uw baan vraagt veel van u. U levert veel privé in en veel van uw leven is ineens publiekelijk geworden. Hoe gaat u daar zo goed mee om?
,,Omdat ik mensen leuk vind. Ik denk dat dat het allerbelangrijkste is. Als je niet van mensen houdt, dan moet je dit werk niet doen. Als Kamerlid werd ik al vaak herkend, maar als staatssecretaris word je helemaal overal herkend. Dus boodschappen doen duurt twee keer zo lang,” grapt ze. ,,Als je daar niet tegen kan, moet je snel stoppen.”

En hoe gaat dat bijvoorbeeld met winkelen?,,Winkelen doe ik wel wat minder en gelukkig heb ik er wel wat minder tijd voor. In winkelen word ik wel steeds creatiever en selectiever, maar boodschappen doen vind ik niet erg. Je kunt er wel een beetje op sturen. De mensen hebben toch wel door of je haast hebt of snel weer weg moet.”

En als u samen met iemand bent? ,,Dat is wel relevant, want het is vaak voor de mensen met wie ik ben vervelender dan voor mezelf. Ik heb zoiets van ‘het is mijn werk’, ik vind het leuk en ik vind feedback soms ook wel leuk.”

Zes tips van Nebahat voor jonge mensen die actief willen worden in de politiek

1) ,,Je moet het doen, omdat je het echt leuk vindt.”

2) ,,Je moet voor jezelf een keuze maken uit de onderwerpen waar je hart ligt, waar je het meest in zou willen veranderen of bereiken.”

3) ,,Dat je jezelf altijd de vraag blijft stellen: voor wie doe ik het eigenlijk, voor wie zit ik in de politiek, voor wie wil ik wat veranderen?”

4) ,,Soms is de ambitie heel erg groot. Maak de ambitie in je hoofd wat kleiner, dus niet: ‘Ik wil de wereld veranderen’, maar: ‘Ik wil de wereld veranderen en ik begin met .... ’ Dus concretiseer voor jezelf, want dan kan je er ook het beste aan werken.”

5) Netwerk en lobby zijn erg belangrijk in de politiek. ,,Dat jij iets in je ééntje wilt, is natuurlijk fantastisch, maar meestal kom je er dan niet. Zoek dus mensen, zeg maar zielsverwanten, die dat ook willen en daarmee de mensen weet te bereiken die daar over gaan.”

6) Weten wie je moet hebben. Als voorbeeld geeft Albayrak de volgende anekdote: ,,Één van mijn meest stimulerende punten was toen ik bij het MEV zat, het Multi Etnisch Vrouwennetwerk, één van de laatste vrouwennetwerken in de PvdA. Daar waren we toen collectief boos geworden op een uitspraak van Jacques Wallage over een stuk wat in de krant stond. Toen zeiden we: We gaan naar hem toe en we gaan het hem zeggen. Jacques stond daar gelukkig voor open, dat moet je natuurlijk ook hebben. Hij was toen fractievoorzitter van de Kamer en binnen no-time zaten we op zijn kamer hem daar een beetje ‘de oren te wassen’ waarom het niet goed was wat hij in de krant had gezet.”
Albayrak legt verder uit: ,,Je moet ook gewoon een beetje lef hebben, maar altijd wel weten wie je moet hebben. Als je een inhoudelijk verhaal hebt of je hebt kritiek, dan moet je wel weten wie de aangewezen persoon is. En dan moet je ook niet bang zijn om mensen te benaderen. Mensen zijn veel benaderbaarder dan we met zijn allen denken.”